Detail

Verordening toeristenbelasting gemeente Asten 2019

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Verordeningen
Postcode en huisnummer:
5721GJ 3
Publicatiedatum:
18.12.2018





Verordening toeristenbelasting gemeente Asten 2019

De raad van de gemeente Asten;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2018;

 

gehoord het advies van de Commissie Algemene Zaken en Control van 22 november 2018;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de Verordening toeristenbelasting gemeente Asten 2019.

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente, tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven.

 

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 3.

    Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt.

 

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

  • 1.

    van degene die:

    • a.

      verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

    • b.

      verblijf houdt onder verantwoordelijkheid van een georganiseerde jeugdbeweging zoals bedoeld in het derde lid.

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8 letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    Onder georganiseerde jeugdbeweging wordt verstaan: een jeugdorganisatie op levensbeschouwelijke of ideologische grondslag die de ‘verheffing’ van het volk, of ‘verbetering’ van de jeugd ten doel heeft door middel van opvoeding in en kennismaking met cultuur, natuur, sport en spel. Hieronder worden mede scholen begrepen.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

 

 

Artikel 5 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 2,10.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief, indien ten aanzien van de belastingplichtige in hoofdzaak sprake is van verblijf van personen op een kampeerterrein, in of bij een kampeerboerderij of in een logiesverblijf, per persoon, per overnachting € 1,35.

  • 3.

    In dit artikel wordt verstaan onder

    • a.

      logiesverblijf: woningen en andere verblijven, niet zijnde hotels, motels, pensions, bed and breakfast-gelegenheden, groepsaccommodaties en daarmee gelijk te stellen accommodaties of gedeelten daarvan, die voor overnachting ter beschikking gesteld worden aan derden, en waar door de verblijfbieder geen maaltijden worden verzorgd of aangeboden;

    • b.

      groepsaccommodatie: een onderkomen dat uitsluitend bestemd is voor en gebezigd wordt als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden voor groepen.

 

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 Wijze van belastingheffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 8 Aanslaggrens

Geen aanslag wordt vastgesteld indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan 10 zal of heeft belopen.

 

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, Invorderingswet 1990 moeten de overige aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 4.

    Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet(en) de overige aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 10 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan een krachtens artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar.

 

Artikel 11 Registratieplicht

1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registeren in een daarvoor bestemd nachtverblijfregister zoals bedoeld in artikel 438 Wetboek van Strafrecht.

2. De verplichting, genoemd in het eerste lid, vervalt indien de belastingplichtige een soortgelijk nachtverblijfregister voert dat is geaccepteerd door een krachtens artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar.

 

Artikel 12 Nadere regels door het Dagelijks bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van toeristenbelasting.

 

Artikel 13 Overgangsrecht en inwerkingtreding

  • 1.

    De "Verordening toeristenbelasting gemeente Asten 2018" van 12 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 14 citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting gemeente Asten 2019".

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten

van 11 december 2018.

De raad voornoemd,

griffier, voorzitter,

mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans

voorzitter,

mr. H.G. Vos