Detail

Beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Beleidsregels
Postcode en huisnummer:
5721GJ 3
Publicatiedatum:
19.03.2019



Beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

 

Besluit:

 

Vast te stellen:

 

Beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019

 

Hoofdstuk 1 Begrippenlijst

Artikel 1  

In deze regeling zijn een aantal begrippen gebruikt waarvoor hieronder de definities zijn verwoord:

  • a.

    de Wet BRP: de Wet basisregistratie personen (Stb. 2013, 315);

  • b.

    AVG: de algemene Verordening Gegevensbescherming;

  • c.

    Verordening BRP: verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten;

  • d.

    gemeentelijke voorziening: de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens over de ingeschrevenen van de gemeente Asten waarvoor het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.9 van de Wet verantwoordelijk is;

  • e.

    gegevensmagazijn: magazijn met persoonsgegevens over personen die zijn ingeschreven in de gemeentelijke voorziening aangevuld met de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens over personen die niet behoren tot de bevolking van de gemeente Asten

  • f.

    ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst als bedoeld in artikel 1 van de Wet BRP, in de basisregistratie is opgenomen;

  • g.

    centrale voorzieningen: de centrale voorzieningen waarmee de minister van BZK uitvoering geeft aan artikel 1.4 van de Wet BRP;

  • h.

    autorisatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet BRP betreffende de systematische verstrekking van persoonsgegevens uit de centrale voorzieningen;

  • i.

    informatiebeheerder: de functionaris die namens het college burgemeester en wethouders is belast met de dagelijkse zorg voor de gemeentelijke voorziening, het gegevensmagazijn en het beheer van het autorisatiebesluit;

  • j.

    informatiebeheer: het geheel van activiteiten gericht op beleidsvoorbereiding ter zake de basisregistratie personen, de ontwikkeling van kwaliteitsprocedures, beveiligingsprocedures, verstrekking- en privacy procedures, evenals de coördinatie bij de uitvoering van deze procedures;

  • k.

    Informatiebeveiligingsplan: Informatiebeveiligingsplan voor de gemeentelijke voorziening;

  • l.

    beveiligingsbeheer: het geheel van activiteiten gericht op de inrichting, organisatie en uitvoering van de beveiliging van de persoonsinformatievoorziening;

  • m.

    beveiligingscontrol: het geheel van activiteiten gericht op het toezicht op de naleving van de maatregelen en procedures die voortkomen uit het Informatiebeveiligingsplan;

  • n.

    gegevensbeheer: het geheel van activiteiten gericht op de inhoudelijke kwaliteitszorg betreffende het gegevens verzamelen, de gegevensverwerking en de informatievoorziening;

  • o.

    systeembeheer: het geheel van activiteiten gericht op het onderhouden van de technische aspecten van het toepassingssysteem, waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de Wet BRP;

  • p.

    applicatiebeheer: het geheel van activiteiten gericht op het ondersteunen van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening en de waarborging van continuïteit aan de gebruikerszijde van de informatievoorziening;

  • q.

    privacybeheer: het geheel van activiteiten gericht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens in de basisregistratie personen en de informatievoorziening daaruit;

  • r.

    gegevensverwerking: het ontlenen van gegevens aan documenten en deze op een voorgeschreven wijze middels het daartoe bestemde toepassingssysteem opnemen in een gegevensbestand;

  • s.

    toezicht: het geheel van activiteiten gericht op de bewerkstelliging dat de burger zijn verplichten op grond van de Wet BRP nakomt.

 

Hoofdstuk 2 Aanwijzen functionarissen

Artikel 2  

Het college van burgemeester en wethouders wijst functionarissen aan die belast worden met het (zie bijlage 1):

  • 1.

    informatiebeheer

  • 2.

    beveiligingsbeheer

  • 3.

    privacybeheer / fraudecoördinatie

  • 4.

    systeembeheer

  • 5.

    toezicht

  • 6.

    control informatiebeveiliging

  • 7.

    functioneel applicatiebeheer

Artikel 3

De informatiebeheerder wijst functionarissen aan die worden belast met (zie bijlage 2):

  • a.

    gegevensbeheer;

  • b.

    gegevensverwerking;

  • c.

    het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2, onder sub e, van de wet bedoelde verklaring (VOE).

Hoofdstuk 2 Het informatiebeheer

Artikel 4  

De informatiebeheerder beheert de gemeentelijke voorziening en het autorisatiebesluit.

Artikel 5  

De informatiebeheerder voorziet in:

  • a.

    een jaarlijkse planning van de beheeractiviteiten;

  • b.

    een jaarlijkse rapportage aan het college van burgemeester en wethouders over de bij a. bedoelde planning, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de kengetallen van de bijhoudings- en beheerprocedures;

  • c.

    een jaarlijkse rapportage over de resultaten die voortvloeien uit de in artikel 12 bedoelde kwaliteitssteekproef;

  • d.

    administratieve beheerprocedures, voor zover hier niet door of bij de wet in is voorzien;

  • e.

    periodiek overleg tussen hem en de op basis van de regeling aangewezen beheerders;

  • f.

    richtlijnen voor de bijhouding van de basisregistratie personen.

Artikel 6

De informatiebeheerder is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de uitvoering van het periodieke onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet BRP naar de inrichting, de werking en de beveiliging van de basisregistratie, alsmede naar de verwerking van gegevens in de basisregistratie;

  • b.

    de periodieke toezending van een uittreksel van de resultaten van het onderzoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Artikel 7  

De informatiebeheerder adviseert het college van burgemeester en wethouders over de navolgende aspecten die voortvloeien uit deze basisregistratie te weten:

  • a.

    persoonsinformatievoorziening;

  • b.

    beveiliging;

  • c.

    gegevenskwaliteit.

 

Artikel 8  

De informatiebeheerder beslist:

  • a.

    over de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening;

  • b.

    op verzoeken van organen van de gemeente tot het verkrijgen van gegevens uit de basisregistratie personen;

  • c.

    op verzoeken van derden als genoemd in artikel 3.6 van de Wet en als genoemd in de bij Verordening BRP genoemde derden tot het verkrijgen van gegevens uit de basisregistratie personen;

  • d.

    over de wijze van de verstrekking van gegevens met betrekking tot het bepaalde in dit artikel, onder b en c.

 

Artikel 9  

De informatiebeheerder ziet er op toe dat:

  • a.

    de in deze regeling opgenomen bepalingen worden nageleefd;

  • b.

    de behandeling en afhandeling van verzoeken om gegevensverstrekking als genoemd in artikel 7 geschiedt volgens de bepalingen uit de wet, de Verordening BRP en de AVG;

  • c.

    de bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen ten aanzien van inrichting en bijhouding, evenals de beveiliging van de gemeentelijke voorziening voor de basisregistratie personen worden nageleefd;

  • d.

    dat alle in artikel 2, lid 1 genoemde functionarissen op de hoogte zijn van de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening voor de basisregistratie personen en van de gevolgen van deze installatie;

  • e.

    de beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd.

 

Hoofdstuk 3 Het gegevensbeheer

Artikel 10  

  • 1.

    De gegevensbeheerder is verantwoordelijk voor:

    • a.

      de juistheid, actualiteit en betrouwbaarheid van de gegevens die opgenomen zijn of worden in de gemeentelijke voorziening voor de basisregistratie personen;

    • b.

      het beheer van documentatie op het gebied van de wet en overige regelgeving op het gebied van de basisregistratie personen;

    • c.

      de communicatie met de overheidsorganen aan wie gegevens worden verstrekt uit de basisregistratie personen en andere houders van voorzieningen voor de basisregistratie personen over gegevensverwerking;

    • d.

      het verwerken van complexe mutaties en correcties met betrekking tot de basisregistratie personen;

    • e.

      het uitzetten van richtlijnen met betrekking tot het actualiseren en corrigeren van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening voor de basisregistratie personen.

  • 2.

    De gegevensbeheerder beslist binnen 5 werkdagen op het in behandeling nemen van een melding van een overheidsorgaan die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de gemeentelijke voorziening van de basisregistratie personen opgenomen (authentiek) gegeven en stelt het overheidsorgaan in kennis van deze beslissing.

Artikel 11

De gegevensbeheerder voorziet in:

  • 1.

    de behandeling van wijzigingsverzoeken als bedoeld in artikel 2.57, 2.58 en 2.60 van de Wet BRP;

  • 2.

    controlewerkzaamheden ter waarborging van de kwaliteit van de basisregistratie personen.

Artikel 12

De gegevensbeheerder is bevoegd, in overleg met de applicatiebeheerder BRP, vanuit de in artikel 9 bedoelde verantwoordelijkheid de gegevensverwerkers aanwijzingen te geven betreffende de opname en bijhouding van gegevens in de gemeentelijke voorziening voor de basisregistratie personen.

Artikel 13  

  • 1.

    Periodiek wordt de inhoudelijke kwaliteit van het bestand van persoonslijsten in de basisregistratie personen onderworpen aan een inhoudelijke controle door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2.

    De gegevensbeheerder voorziet in een doorlopende kwaliteitssteekproef en de uitvoering van de daarmee samenhangende verbetermaatregelen gericht op de handhaving van de kwaliteitsnorm van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 3.

    De gegevensbeheerder voorziet in de uitvoering van het periodiek onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet, voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening.

 

Artikel 14  

De gegevensbeheerder neemt deel aan het in artikel 5, onder e genoemde overleg.

Hoofdstuk 4 Het systeembeheer

Artikel 15  

De systeembeheerder is verantwoordelijk voor de continuïteit en het technisch onderhoud van het systeem.

 

Artikel 16  

De systeembeheerder voorziet in:

  • a.

    de fysieke beveiliging van het toepassingssysteem;

  • b.

    een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte op een andere locatie dan de ruimte waarin de BRP-apparatuur is opgesteld;

  • c.

    de technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van het toepassingssysteem;

  • d.

    de beschikbaarheid van het toepassingssysteem in overeenstemming met wat daarover intern en met derden is overeengekomen;

  • e.

    uitwijkvoorzieningen, voor zover dit contractueel is overeengekomen;

  • f.

    het transport, de veilige opslag en verwijderbare gegevensdragers en deugdelijke periodieke vernietiging daarvan;

  • g.

    de logging in het toepassingssysteem voor de applicatiebeheerder, de systeembeheerder en de leverancier van het toepassingssysteem.

Artikel 17

  • 1.

    De systeembeheerder is bevoegd:

    • a.

      direct maatregelen te treffen als de continuïteit van het toepassingssysteem of de daarin opgeslagen informatie acuut in het geding is;

    • b.

      aanwijzingen te geven over:

      • beheer van toepassingssystemen;

      • beheer van bestanden;

      • reconstructie maatregelen.

  • 2.

    De systeembeheerder is verplicht aan de informatiebeheerder te rapporteren wanneer de continuïteit van het toepassingssysteem of de daarin opgeslagen informatie acuut in het geding is.

 

Artikel 18  

De systeembeheerder neemt deel aan het in artikel 5, onder e genoemde overleg.

 

Hoofdstuk 5 Het functioneel applicatiebeheer

Artikel 19

Het functioneel applicatiebeheer is belegd bij team Dienstverlening. De applicatiebeheerder voorziet in:

  • a.

    de communicatie bij storingen in hard- en software;

  • b.

    een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;

  • c.

    de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder BRP en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;

  • d.

    de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend;

  • e.

    het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;

  • f.

    de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;

  • g.

    de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;

  • h.

    een oplossing voor de onder 7 genoemde problemen en klachten;

  • i.

    de voorlichting aan de alle in artikel 2 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;

  • j.

    de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder;

  • k.

    de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend;

  • l.

    de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;

  • m.

    een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde.

 

Artikel 20  

De functioneel applicatiebeheerder BRP is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de ondersteuning bij het gebruik van het toepassingssysteem;

  • b.

    het tijdig opschonen van de relevante bestanden in de database;

  • c.

    het beheer van de tabellen van de basisregistratie personen;

  • d.

    het beheer van de gebruikersdocumentatie.

 

Artikel 21  

De functioneel applicatiebeheerder BRP is bevoegd:

  • a.

    gegevensverwerkers en het personeel van externe afdelingen/diensten die direct toegang hebben tot de basisregistratie personen aanwijzingen te geven over het gebruik van het toepassingssysteem;

  • b.

    over het gebruik van de basisregistratie personen gedragsregels op te stellen.

 

Artikel 22  

De functioneel applicatiebeheerder BRP is verantwoordelijk voor de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitwijkprocessen zoals beschreven in de procedure uitwijk van het plan Informatiebeveiliging.

 

Artikel 23  

De functioneel applicatiebeheerder BRP ziet erop toe dat voorgeschreven procedures uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd.

 

Artikel 24  

De functioneel applicatiebeheerder BRP neemt deel aan:

  • a.

    het overleg genoemd in artikel 5, onder e;

  • b.

    het externe gebruikersoverleg.

Hoofdstuk 6 Het privacybeheer BRP en fraudecoördinatie

Artikel 25  

  • 1.

    De privacybeheerder BRP adviseert de informatiebeheerder en het college van burgemeester en wethouders en de medewerkers van het Team Dienstverlening over de privacyaspecten die voortvloeien uit de uitvoering van de Wet BRP en Verordening BRP.

  • 2.

    De privacybeheerder BRP is verantwoordelijk voor:

    • a.

      de advisering over de inhoudelijke afhandeling van de verzoeken als bedoeld in artikel 7, onder b, c en d van deze regeling;

    • b.

      het dagelijkse toezicht op de naleving van de privacyvoorschriften in relatie tot het gebruik van gegevens uit de BRP die voortvloeien uit de Wet BRP en de AVG.

 

Artikel 26  

De privacybeheerder BRP adviseert over:

  • a.

    de afhandeling van de verzoeken om inzage in de basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de wet BRP;

  • b.

    de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet BRP ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet BRP;

  • c.

    de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de basisregistratie personen aan overheidsorganen en derden;

  • d.

    de kennisgeving ingevolge de rechten van betrokkene(n) zoals vermeld in hoofdstuk III van de AVG.

Artikel 27

De privacybeheerder BRP is bevoegd:

  • a.

    op grond van het in artikel 24 lid 2, sub b genoemde toezicht, alle gebruikers van gegevens uit de basisregistratie personen aanwijzingen te geven;

  • b.

    ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op de basisregistratie personen, waarbij de persoonlijke levenssfeer in het geding is.

Artikel 28

De privacybeheerder BRP is betrokken bij alle bezwaarschriftenprocedures die voortvloeien uit genomen beslissingen op grond van de Wet BRP en daarbij behorende regelingen, de AVG voor zover hierbij privacyaspecten aan de orde zijn.

 

Artikel 29  

De privacybeheerder BRP is tevens fraudecoördinator BRP. Taken zijn:

  • a.

    Signaleren van woon- en adresfraude of actie ondernemen bij twijfelgevallen. In het kader van fraude uitkomsten delen met zowel binnengemeentelijke als buitengemeentelijke organisaties.

  • b.

    Samenwerking met gemeentelijke afdelingen of externe ketenpartners bevorderen, denk hierbij aan regelmatige overleggen of het combineren van bevoegdheden, om woon- en adresfraude tegen te gaan.

Hoofdstuk 7 De gegevensverwerking

Artikel 30  

De gegevensverwerkers voorzien in:

  • 1.

    het verwerken van de gegevens in de basisregistratie personen overeenkomstig de voorschriften van de krachtens de wet voorgeschreven systeembeschrijving (Logisch Ontwerp GBA) en de handleiding uitvoeringsprocedures (HUP), voor zover daartoe door de applicatiebeheerder geautoriseerd;

  • 2.

    het verzamelen van de daarvoor bestemde gegevens;

  • 3.

    de archivering van de brondocumenten op grond waarvan de gegevens zijn verwerkt;

  • 4.

    de behandeling van mutaties;

  • 5.

    de behandeling van het netwerkverkeer;

  • 6.

    de behandeling van de foutverslagen, voortvloeiend uit de inkomende netwerkberichten;

  • 7.

    de toetsing van de waarde die aan overgelegde brondocumenten kan worden toegekend aan de hand van artikel 2.8 van de wet BRP en ziet erop toe dat geen gegevens worden verwerkt uit documenten waaraan bij of krachtens de Wet BRP geen ontleningstatus is gegeven;

  • 8.

    de dagelijkse controle van de in de basisregistratie personen aangebrachte actualiseringen;

  • 9.

    de kennisgeving aan de ingeschrevene voor wat betreft de verwerking van:

    • wijziging van het naamgebruik;

    • vervolginschrijving voor zover het een adreswijziging betreft die leidt tot opname in de basisregistratie personen.

  • 10.

    de toezending van de complete persoonslijst aan de ingeschrevene ingeval van een inschrijving in de basisregistratie personen;

  • 11.

    de afhandeling van de verzoeken om inzage in de basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de wet BRP;

  • 12.

    de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet;

  • 13.

    de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de basisregistratie personen aan overheidsorganen en derden;

  • 14.

    de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikel 12 tot en met 21 van de AVG;

  • 15.

    de kennisgeving ingevolge de rechten van betrokkene(n) zoals vermeld in hoofdstuk III van de AVG.

 

Artikel 31  

De gegevensverwerkers:

  • a.

    beslissen op aangiften en verzoekschriften die op grond van de wet worden gedaan met inachtneming van het gestelde in artikel 25 en voor zover hier niet op andere wijze in is voorzien;

  • b.

    beslissen over het verwerken van resultaten van onderzoeken die zijn ingesteld naar aanleiding van een melding van een overheidsorgaan;

  • c.

    stellen overheidsorganen in kennis van de beslissing ingevolge sub b van dit artikel.

 

 

Hoofdstuk 8 De toezichthouder

Artikel 32  

De toezichthouders als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet BRP, is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5 van de Wet BRP.

 

Artikel 33  

De toezichthouder controleert of de burger voldoet aan zijn verplichtingen met betrekking tot de inschrijving in de BRP (artikel 2.38), de wijziging van diens adres (2.39), het rechtmatig gebruik van een briefadres (2.40 t/m 2.42), zijn vertrek uit Nederland (2.43), de verstrekking van alle inlichtingen die nodig zijn voor de bijhouding van de BRP.

 

Artikel 34  

De toezichthouder ziet er op toe dat, indien de burger niet zelf aan zijn verplichtingen voldoet of kan voldoen, de verplichtingen worden vervuld door degene die daartoe bevoegd is op grond van de artikelen 2.49 en 2.50 van de Wet BRP.

Artikel 35  

  • a.

    De toezichthouder ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • b.

    De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 31, bevoegd:

    • a.

      met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met meeneming van apparatuur (zoals laptop, fotocamera);

    • b.

      zich zonodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm;

    • c.

      zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen;

    • d.

      inlichtingen te vorderen;

    • e.

      inzage te vorderen van een identiteitsbewijs;

    • f.

      zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren;

    • g.

      onderzoek te doen;

    • h.

      rapport op te maken ter zake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel 31.

Artikel 36  

De toezichthouder voert zijn werkzaamheden uit in samenspraak met de gegevensverwerker en koppelt het resultaat van zijn werkzaamheden terug aan de gegevensverwerker.

 

Artikel 37  

  • 1.

    De toezichthouder is bevoegd om namens burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete op te leggen.

  • 2.

    De toezichthouder neemt bij gebruik van de bevoegdheid als bedoeld in lid 1 van dit artikel binnen de gemeente Asten ter zake geldende beleidsregels in acht.

 

Artikel 38

De toezichthouder legt het resultaat van zijn werkzaamheden vast in een onderzoekrapportage en draagt zorg voor dossiervorming.

Hoofdstuk 9 Het beveiligingsbeheer

Artikel 39  

  • 1.

    De beveiligingsbeheerder is verantwoordelijk voor de inrichting, organisatie en uitvoering van het informatiebeveiligingsbeleid op het gebied van de persoonsinformatievoorziening.

  • 2.

    De beveiligingsbeheerder is in het bijzonder verantwoordelijk voor de opstelling en uitvoering van het plan Informatiebeveiliging voor de gemeentelijke voorzieningen waarmee de gemeente Asten uitvoering geeft aan de Wet BRP.

 

Artikel 40  

  • a.

    De beveiligingsbeheerder ondersteunt en adviseert de informatiebeheerder op het gebied van informatiebeveiliging op zodanige wijze, dat de informatiebeheerder diens verantwoordelijkheid op grond van de artikelen 4 en 5 van dit reglement op deugdelijke wijze kan invullen.

  • b.

    De beveiligingsbeheerder coördineert de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen van het plan Informatiebeveiliging.

Artikel 41

De beveiligingsbeheerder is bevoegd:

  • a.

    uit hoofde van diens verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 39, alle gebruikers van gegevens uit de basisregistratie personen aanwijzingen te geven;

  • b.

    ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op de basisregistratie personen, waarbij de beveiliging in het geding is.

Artikel 42

De beveiligingsbeheerder:

  • a.

    onderkent en reageert op incidenten en adviseert over de maatregelen die nodig zijn om de gevolgen van een incident te beperken en om herhaling te voorkomen;

  • b.

    stelt passende normen en controlemaatregelen op;

  • c.

    implementeert beveiligingsmaatregelen;

  • d.

    coördineert en handhaaft de uitvoering van de maatregelen als genoemd onder c.

Artikel 43

De beveiligingsbeheerder is het aanspreekpunt op het gebied van Informatiebeveiliging en bevordert het beveiligingsbewustzijn bij management en medewerkers.

 

Artikel 44  

De beveiligingsbeheerder:

  • a.

    neemt deel aan het in artikel 5, onder e genoemde overleg;

  • b.

    participeert in de ontwikkeling en formulering van het gemeentebrede informatiebeveiligingsbeleid.

Artikel 45

De beveiligingsbeheerder rapporteert jaarlijks over de informatieveiligheid aan de informatiebeheerder en verzorgt de bijdragen aan de gemeentebrede managementrapportage over de informatieveiligheid met betrekking tot de persoonsinformatievoorziening.

 

Hoofdstuk 10 Het beveiligingsprotocol

Artikel 46  

De controller informatiebeveiliging is verantwoordelijk voor het toezicht op naleving van de beveiligingsmaatregelen en –procedures zoals uitgewerkt in het plan Informatiebeveiliging en met inachtneming van de voor de gemeente vastgestelde baseline informatiebeveiliging gemeenten.

 

Artikel 47  

De controller informatiebeveiliging is bevoegd om het management van het team Dienstverlening dwingende adviezen te geven ten aanzien van de naleving van de beveiligingsvoorschriften, die voortvloeien uit de Wet BRP en het plan Informatiebeveiliging.

 

Artikel 48  

De controller informatiebeveiliging ziet er op toe dat:

  • a.

    beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit de Wet BRP en het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd;

  • b.

    de in deze regeling opgenomen bepalingen inzake beveiliging worden nageleefd.

Artikel 49

De controller informatiebeveiliging adviseert rechtstreeks aan het college van burgemeester en wethouders over beveiligingsaspecten die uit het plan Informatiebeveiliging voortvloeien.

 

Artikel 50  

De controller informatiebeveiliging voorziet in een jaarlijks verslag over de activiteiten inzake het Beveiligingsbeheer van de gemeentelijke voorziening BRP aan de teamleider van team Dienstverlening.

 

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen

Artikel 51  

De in deze regeling opgenomen bepalingen gelden voor de gemeentelijke voorzieningen als bedoeld in artikel 1.2 juncto 1.4 van de Wet BRP evenals voor de in de gemeentelijke voorziening genoemde aangehaakte gegevens en voor de basisgegevens uit de BRP in het gegevensmagazijn.

 

Artikel 52  

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

  • 2.

    De beheerregeling basisregistratie personen gemeente Asten vervalt na inwerkingtreding van deze beheerregeling.

Artikel 53

Deze regeling wordt aangehaald als Beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019.

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 26 februari 2019.

College van burgemeester en wethouders van Asten,

mr. W.M.A. Verberkt

secretaris

mr. H.G. Vos

burgemeester

Bijlage 1.  

 

Aanwijzing van beheerfunctionarissen door burgemeester en wethouders

Op grond van artikel 2, van de beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019 zijn de navolgende beheerfunctionarissen aangewezen:

 

Informatiebeheer

Als informatiebeheerder is aangewezen de teamleider Dienstverlening.

Als zijn plaatsvervanger is aangewezen de Senior medewerker GBA van team Dienstverlening.

 

Beveiligingsbeheer

Als beveiligingsbeheerder is aangewezen de CISO.

Als plaatsvervanger is aangewezen de teamleider Advies & Ondersteuning.

 

Privacybeheer BRP / fraudecoördinator

Als privacybeheerder BRP / fraudecoördinator is aangewezen de teamleider Dienstverlening.

Als plaatsvervanger is aangewezen de Senior medewerker GBA van team Dienstverlening.

 

Systeembeheer

Als systeembeheerder is aangewezen, voor zover het betreft IZRM Client, de teamleider I&A Asten-Someren. Als plaatsvervanger is aangewezen de systeembeheerder.

Als systeembeheerder is aangewezen, voor zover het betreft het betreft AS400 / Cipers, de Service Manager Technisch Beheer van PinkRoccade. Als plaatsvervanger is aangewezen de technische consultant van PinkRoccade.

 

Toezicht

Als toezichthouder zijn aangewezen de medewerkers toezicht en handhaving van team Leefbaarheid, handhaving en veiligheid.

 

Control

Als controller informatiebeveiliging is de CISO aangewezen.

 

Functioneel Applicatiebeheer

Als functioneel applicatiebeheerder zijn aangewezen de senior medewerker GBA en de medewerker GBA van team Dienstverlening.

 

 

College van burgemeester en wethouders van Asten,

 

 

 

 

mr. W.M.A. Verberkt mr. H.G. Vos

secretaris burgemeester

 

 

Bijlage 2  

 

Aanwijzing van beheerfunctionarissen door de informatiebeheerder

Op grond van artikel 3 van de beheerregeling basisregistratie personen (BRP) gemeente Asten 2019 zijn de navolgende beheerfunctionarissen aangewezen:

 

Gegevensbeheer

Als gegevensbeheerder is aangewezen teamleider Dienstverlening.

Als plaatsvervangers zijn aangewezen:

  • -

    senior medewerker GBA van team Dienstverlening

  • -

    medewerker GBA van team Dienstverlening

 

Gegevensverwerking

Als gegevensverwerkers worden alle medewerkers van team Dienstverlening

aangewezen.

 

Afnemen verklaringen artikel 2.8, lid 2 van de wet BRP (Verklaring onder ede)

De bevoegdheid tot het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2, onder sub e, van de wet bedoelde verklaring (VOE) wordt toegekend aan de medewerkers van team Dienstverlening.

 

 

Teamleider Dienstverlening van de gemeente Asten,

Informatiebeheerder

 

 

 

I.J.P. (Ingrid) Maas – van Velthoven