Detail

Besluit van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant houdende regels omtrent vergaderingen algemeen bestuur Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Overige besluiten van algemene strekking
Publicatiedatum:
11.04.2019



Besluit van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant houdende regels omtrent vergaderingen algemeen bestuur Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant;

 

gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 13 maart 2013;

 

gelet op artikel 52 juncto artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 9 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zuidoost-Brabant;

 

 

BESLUIT

 

Vast te stellen het navolgende Reglement van Orde voor vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

 

HOOFDSTUK I DAG, UUR EN PLAATS VAN DE VERGADERING

Artikel 1  

De vergadering wordt in de regel gehouden op donderdag vangt als regel om 09.00 uur aan en wordt zoveel mogelijk uiterlijk 11.00 uur beëindigd. Zo nodig beslist de voorzitter in overleg met het Algemeen Bestuur of de vergadering terstond of op een alsdan te bepalen andere datum en tijdstip wordt voorgezet. Jaarlijks stelt het Algemeen Bestuur op voorstel van de voorzitter een vergaderschema vast, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.

Artikel 2  

Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste 4 maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig oordeelt, of ten minste een vijfde van het aantal leden van de Algemeen Bestuur dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.

Artikel 3  

Indien een vijfde van het aantal leden om een vergadering verzoekt of de voorzitter, danwel het Dagelijks Bestuur een extra vergadering nodig achten, wordt deze vergadering zo spoedig mogelijk gehouden.

Artikel 4  

Dag, plaats en aanvangstijd worden tegelijk met de oproeping ter openbare kennis gebracht in het informatiebulletin en op de website van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

 

HOOFDSTUK II DE VOORBEREIDING VAN DE VERGADERING

Artikel 5  

Het Dagelijks Bestuur stelt de agenda voor de vergadering vast.

Artikel 6  

Elk lid heeft het recht het Dagelijks Bestuur te verzoeken onderwerpen op de agenda te plaatsen. Het Dagelijks Bestuur beslist op het verzoek en doet daarvan mededeling aan verzoeker en het Algemeen Bestuur.

Artikel 7  

De oproepingsbrief met de agenda en de daarvoor in aanmerking komende op de agenda betrekking hebbende bescheiden worden door het Dagelijks Bestuur, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste drie weken voor de vergadering waarin de behandeling plaatsvindt aan de leden van het Algemeen Bestuur toegezonden.

Artikel 8  

  • 1.

    De secretaris draagt er zorg voor, dat de in artikel 7 genoemde stukken, alsmede andere daarvoor in aanmerking komende stukken, ten minste één week voor de vergadering voor eenieder ter inzage worden gelegd op het kantoor van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en uiterlijk dan digitaal beschikbaar zijn via de website van de Omgevingsdienst.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op stukken ten aanzien waarvan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

 

HOOFDSTUK III HET HOUDEN VAN DE VERGADERING

Artikel 9  

Onmiddellijk na aankomst tekent ieder lid de presentielijst.

Artikel 10  

Indien een lid de vergadering vóór de sluiting definitief verlaat, dan stelt de betreffende persoon de secretaris hiervan in kennis.

Artikel 11  

De vergadering wordt op de vastgestelde tijd door de voorzitter geopend.

Artikel 12  

Indien op of kort na het tijdstip waarop de vergadering, overeenkomstig artikel 2 zou aanvangen, blijkens de presentatielijst niet ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, leest de voorzitter de namen van de afwezige leden op en sluit de vergadering.

Artikel 13  

In het artikel 12 bedoelde geval alsmede in andere buitengewone gevallen te zijner beoordeling is de voorzitter bevoegd op het tijdstip waarop de vergadering zou aanvangen, het aanvangsuur van de vergadering nader vast te stellen.

Artikel 14  

Tot de taak van de voorzitter behoort:

  • a.

    het bepalen van dag en uur van de vergadering;

  • b.

    het leiden van de vergadering;

  • c.

    het handhaven van de orde;

  • d.

    het mededelen van de uitslag van stemmingen;

  • e.

    het schorsen van de vergadering.

Artikel 15  

De secretaris is bij alle vergaderingen van het Algemeen Bestuur aanwezig en draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en een kort verslag van de vergadering. Het verslag is tevens de besluitenlijst.

Artikel 16  

Het concept-verslag bevat ten minste:

  • a.

    de namen van de voorzitter, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

  • b.

    een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

  • c.

    een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;

  • d.

    een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

  • e.

    de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

  • f.

    bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie door het algemeen bestuur is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

  • g.

    de genomen besluiten.

     

HOOFDSTUK IV DE BERAADSLAGING

Artikel 17  

  • 1.

    Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.

  • 2.

    De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 18  

  • 1.

    Alle aan het Algemeen Bestuur gerichte stukken worden op een lijst geplaatst die met de oproepingsbrief ex artikel 7 aan de leden wordt toegezonden. Indien aan de leden geen afschrift van de ingekomen stukken is toegezonden worden deze ter inzage gelegd;

  • 2.

    Na de behandeling van het verslag beslist het Algemeen Bestuur omtrent de door het Dagelijks Bestuur voorgestelde wijze van behandeling van de op de agenda geplaatste ingekomen stukken; indien een lid van het Algemeen Bestuur voorstelt de behandeling op andere wijze te doen geschieden dan is voorgesteld, gebeurt dit gemotiveerd; hij kan daartoe de inhoud van het ingekomen stuk ter sprake brengen.

Artikel 19  

Ieder lid heeft het recht tijdens de vergadering ten aanzien van de op de agenda geplaatste onderwerpen, voorstellen aan het Algemeen Bestuur te doen.

Artikel 20  

Ieder lid heeft het recht in de vergadering een voorstel te doen over een ander onderwerp dan op de agenda is vermeld.

Artikel 21  

Elk voorstel wordt schriftelijk en door de voorsteller ondertekend, bij de voorzitter ingediend.

Artikel 22  

Indien het Algemeen Bestuur omtrent de in artikel 19 en 20 bedoelde voorstellen niet onmiddellijk beslist, vindt de beslissing zoveel mogelijk in de daarna volgende vergadering plaats.

Artikel 23  

Ieder lid heeft het recht een voorstel betreffende de orde van de vergadering te doen.

Artikel 24  

Een motie wordt schriftelijk, door de voorsteller ondertekend, bij de voorzitter ingediend en kan mondeling worden toegelicht.

Artikel 25  

De beraadslaging over voorstellen, welke in onderdelen of artikelen zijn gesplitst, geschiedt zo nodig over het voorstel in het algemeen en vervolgens over de onderdelen of artikelen.

Artikel 26  

De beraadslaging wordt gehouden in twee instanties tenzij de voorzitter, gehoord het Algemeen Bestuur, anders beslist.

Artikel 27  

Een lid dat in tweede instantie voor de eerste maal het woord voert, wordt geacht voor de tweede maal over hetzelfde onderwerp te spreken.

Artikel 28  

Het bepaalde in de artikelen 26 en 27 is niet van toepassing op de voorzitter en de leden van het Dagelijks Bestuur.

Artikel 29  

De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van ten minste drie leden, het Algemeen Bestuur gehoord, besluiten de spreektijd van de leden te beperken.

Artikel 30  

De voorzitter kan een interruptie uitdrukkelijk of stilzwijgend toelaten.

Artikel 31

Zodra de voor de spreker gestelde spreektijd is verstreken, is deze gehouden op uitnodiging van de voorzitter onverwijld zijn rede te beëindigen.

Artikel 32  

De voorzitter, het betrokken lid van het Dagelijks Bestuur of hij die enig voorstel heeft gedaan, beantwoordt (zowel in eerste als in tweede instantie) eerst dan de verschillende sprekers over het aan de orde zijnde onderwerp, wanneer alle leden, die zulks verlangen, het woord hebben gevoerd.

Artikel 33  

Ieder ter vergadering aanwezig lid heeft het recht amendementen en subamendementen in te dienen en ieder lid kan splitsing voorstellen.

Artikel 34  

De in het vorige artikel bedoelde amendementen, subamendementen en voorstellen tot splitsing moeten door de voorsteller zijn ondertekend en bij de voorzitter worden ingediend. Zij kunnen mondeling door de voorsteller worden toegelicht.

 

HOOFDSTUK V WIJZE VAN STEMMEN

Artikel 35  

  • 1.

    Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist  van hen die een stem hebben uitgebracht tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is  bepaald. De leden hebben elk één stem.

     

A Onderdeel zaken

Artikel 36  

Elk lid is bevoegd voordat tot stemming wordt overgegaan een korte stemverklaring af te leggen.

Artikel 37  

Indien geen stemming wordt gevraagd kunnen één of meer leden aantekening verlangen dat zij geacht worden te hebben tegen gestemd.

Artikel 38  

Hoofdelijke of mondelinge stemming, anders dan via handopsteken, geschiedt door de leden naar hun volgorde op de presentielijst nadat de voorzitter door het lot heeft bepaald, welk lid het eerst zijn stem zal uitbrengen.

Artikel 39  

Een lid brengt bij mondelinge stemmingen zijn stem uit met het woord “voor” of “tegen” zonder enige bijvoeging.

Artikel 40  

De stemming vindt achtereenvolgens plaats over subamendementen, amendementen en voorstellen met dien verstande dat over subamendementen, amendementen en voorstellen met de verste strekking het eerst wordt gestemd.

Artikel 41  

Wordt een voorstel van verdere strekking aangenomen, dan vervallen de minder verstrekkende voorstellen.

 

B Onderdeel personen

Artikel 42  

  • 1.

    Bij stemming inzake een keuze, voordracht of aanbeveling benoemt de voorzitter twee leden tot stemopnemers, die tezamen met de voorzitter en de secretaris het stembureau vormen en die onderzoeken of het aantal ingeleverde stembriefjes overeenkomst met dat van de leden, die aan de stemming hebben deelgenomen. Is dit niet het geval dan wordt, nadat de briefjes ongeopend zijn vernietigd, een nieuwe stemming gehouden.

  • 2.

    De stemming wordt door een stemopnemer nagezien en door de andere stemopnemer en de secretaris opgetekend.

  • 3.

    De voorzitter geeft namens het stembureau terstond de uitslag van de stemming.

Artikel 43  

In afwijking van het bepaalde in artikel 42, lid 3, wordt de inhoud van elk stembriefje door de voorzitter voorgelezen indien de meerderheid van de vergadering daarom verzoekt.

Artikel 44  

Stemmingen over meerdere personen vinden gelijktijdig plaats, tenzij het Algemeen Bestuur in bijzondere gevallen op voorstel van de voorzitter anders beslist.

Artikel 45  

Indien een voorstel slechts de naam van één persoon bevat voor elke te vervullen plaats en door geen van de leden schriftelijke stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

Artikel 46  

Het aantal niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes, waartoe ook worden gerekend stembriefjes die, waar het benoemingen uit voordrachten van personen betreft, personen aanwijzen, die niet op de aan de orde zijnde voordrachten voorkomen, wordt ter bepaling der volstrekte meerderheid afgetrokken van het aantal ingeleverde stembriefjes.

Artikel 47  

Bij twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het Algemeen Bestuur.

Artikel 48  

Wanneer niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid verkrijgt, wordt direct een herstemming gehouden.

Artikel 49

De herstemming heeft plaats over de twee personen, die hetzij een gelijk grootste aantal stemmen hebben verkregen, hetzij het grootste aantal en het op één na grootste aantal stemmen hebben verkregen.

Artikel 50  

Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter.

 

HOOFDSTUK VI HET INWINNEN VAN INLICHTINGEN

A Mondeling

Artikel 51  

Indien een lid van het Algemeen Bestuur overeenkomstig artikel 18 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zuidoost-Brabant inlichtingen verlangt van het Dagelijks Bestuur of een lid van het Dagelijks Bestuur omtrent een door hem duidelijk geformuleerd onderwerp in een vergadering van de Algemeen Bestuur, dan heeft hij de mogelijkheid daartoe vóór de aanvang van de vergadering een ondertekend verzoek bij de voorzitter in te dienen of het verzoek tijdens de vergadering mondeling in te brengen.

Artikel 52  

De inlichtingen worden in diezelfde vergadering danwel in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur verstrekt.

 

B Schriftelijk

Artikel 53  

Ieder lid heeft het recht aan de voorzitter of aan het Dagelijks Bestuur schriftelijk vragen te stellen. Deze vragen dienen bij de voorzitter te worden ingediend.

Artikel 54  

De vragen worden uiterlijk twee maanden nadat ze zijn ingediend schriftelijk beantwoord. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd het antwoord binnen de termijn mondeling te geven in een vergadering van het Algemeen Bestuur. Het schriftelijk antwoord wordt toegezonden aan de leden.

Artikel 55  

Indien beantwoording binnen de genoemde termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt dit zo spoedig mogelijk daarna. In dit geval en indien er tegen beantwoording bezwaar bestaat, wordt dit de vraagsteller onder opgave van redenen tijdig medegedeeld, welke mededeling door het Dagelijks Bestuur aan de leden wordt gezonden.

Artikel 56  

  • 1.

    Indien een raad van een deelnemer, respectievelijk provinciale Staten van Noord-Brabant, over een onderwerp, inlichtingen als bedoeld in artikel 13 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zuidoost-Brabant verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het Dagelijks Bestuur of de voorzitter.

  • 2.

    Een afschrift van dit verzoek wordt door de raad toegezonden aan het Algemeen Bestuur.

  • 3.

    De verlangde inlichtingen worden schriftelijk in concept door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur voorgelegd in de eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering.

  • 4.

    De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

     

HOOFDSTUK VII BESLOTEN VERGADERINGEN

Artikel 57  

De verslagen van besloten vergaderingen worden in een afzonderlijk register met genummerde bladen gehouden.

Artikel 58  

De verslagen worden voor de leden ter inzage gelegd en in een besloten vergadering ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aangeboden.

Artikel 59  

De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

 

HOOFDSTUK VIII TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 60  

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring die de orde dreigen te verstoren of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 61  

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, bijvoorbeeld door geluidsignalen, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan. Het verbod geldt niet voor apparatuur die enkel en alleen aangewend wordt voor het maken van aantekeningen van het verhandelde ter vergadering.

 

HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN

Artikel 62  

Bij geschil over de toepassing van dit reglement en in de gevallen, waarin dit reglement niet of niet voldoende voorziet, beslist het Algemeen Bestuur.

Artikel 63  

Dit reglement treedt in werking op de dag, volgend op die van de vaststelling.

Artikel 64  

Dit reglement kan worden aangehaald onder de titel Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant van 14 maart 2013.

De secretaris,

De voorzitter,